De schoolbestuurder als hitteschild

‘Het zijn vooral de ouders, de assertieve ouders die de werkdruk hebben verhoogd.” Onlangs gaf ik een training aan docenten en directeuren en bestuurders van scholen. Het ging over werkdruk en beloning, over zin in werk en werkgeluk. Tijdens de training werd duidelijk dat beloning alleen de leraar niet gelukkig zal maken. Er is ‘meer nodig voor het oplossen van het lerarentekort’, zoals Bas Guchelaar, directeur Kindcentrum De Schutkampen te Smilde stelde in Trouw (5 september 2018). Wat? Guchelaar: “Het vereist dat er aandacht is voor de professionele vrijheid van leerkrachten, directeuren en bestuurders.”

Hoe zou je die vrijheid van leerkrachten, directeuren en bestuurders kunnen invullen? Tijdens de training met docenten en bestuurders bleken assertieve ouders de werkdruk fors te verhogen én de zin in werk van leraren te verlagen. ‘Dreigen met een advocaat is schering en inslag,’ zei een van de leraren. ‘”Als mijn zoon morgen geen VWO-advies heeft, ligt hier overmorgen een brief van mijn advocaat”. En dan loopt zo’n ouder naar buiten, met een air waar menig voetballer nog een puntje aan kan zuigen.’

De scène deed me denken aan een column van schrijver Abdelkader Benali in Trouw van een paar maanden geleden: ouders “eisen gewoon hun vrijheid op, die leggen zich niet neer bij het afgewogen oordeel van een onderwijsinstantie, die gebruiken alle binnen de wet geoorloofde middelen om keihard hun gelijk te halen.” (Trouw 20 maart 2018)

Wat moet je als docent met dit soort ouders? Is hierbij het zingevingskader van voormalig denker des Vaderlands, René Gude, nog bruikbaar. Want daar draaide de training om, die ik aan de leraren, directeuren en bestuurders gaf.
De docent die de brief van de advocaat als voorbeeld noemde, had het over toegenomen werkdruk, toegenomen aantal taken. Dat past binnen wat wij Z3 noemen: het zinrijke, het hoort bij de taken die hij moet uitvoeren. Omdat aan zijn deskundigheid getwijfeld wordt, is zijn werk zwaarder geworden. Was het dan zijn taak zich te verdedigen tegen dit soort assertieve ouders? Horen dit soort gesprekken bij zijn takenpakket?
‘Nee, absoluut niet,’ zei een bestuurder na een tijdje. ‘Wij hebben ook een keer zo’n ouder in de klas gehad. Sindsdien heb ik gezegd: “Die brief van de advocaat kunnen ze aan mij adresseren.” Dat kan de docent tegen zo’n ouder zeggen, en hij geeft er dan onmiddellijk mijn adres bij. De docent heeft hier niets mee te maken, het is mijn taak de docent te beschermen.’
Verbazing aan tafel. ‘En,’ vroeg de docent die het voorbeeld geopperd had, ‘heb je het er druk mee? Ik bedoel, met dat soort brieven?’
‘Welnee,’ zei de bestuurder lachend, ‘nooit één brief gehad.’
‘Ik zal dit mijn leraren morgen zeggen,’ zei een andere bestuurder.

Vanuit het zingevingskader van Gude is het heel interessant te zien wat hier gebeurt: de docent dénkt dat het bij zijn takenpakket hoort de ouder van repliek te dienen. Hij dénkt dus dat dit bij het zinrijke van zijn werk hoort. Doordat hij dit stilzwijgend heeft geaccepteerd is de werkdruk verzwaard, zijn werkgeluk is daardoor afgenomen. Nu staat er een bestuurder op die zegt: dit is míjn taak: Z3. Sterker nog, deze bestuurder ziet het zelfs als zijn doel, Z4, zijn docenten te beschermen.

In zijn wekelijkse column in NRC Handelsblad spreekt gedragsonderzoeker Ben Tiggelaar op 2 juni over ‘de manager als hitteschild’. “Niet alleen als verdediger tegen de hogere bazen binnen het bedrijf, maar ook tegen de boze buitenwereld. Tegen kwade klanten, irritante inspecteurs, en andere mensen die onrust stoken.” Assertieve ouders dus.

De bestuurder van een school als hitteschild; het is een prachtige beschrijving van het zinrijke en zinvolle werk van een bestuurder, waardoor docenten weer meer werkgeluk kunnen ervaren. Misschien nog wel heel veel meer dan door een paar tientjes in de maand extra.

Mede mogelijk gemaakt door Instituut Gak.